1. Einde pensioen in eigen beheer! Wat moet u nu doen?
  2. Bijtelling auto van de zaak ondanks verbod privégebruik
  3. Uw studerend kind bij u op de loonlijst
  4. Uit dienst? Telefoon terug of afrekenen
  5. Kort nieuws & Tips

1. Einde pensioen in eigen beheer! Wat moet u nu doen?

Vanaf 1 januari 2017 zal het naar alle waarschijnlijkheid voor de dga niet meer mogelijk zijn pensioen in eigen beheer op te bouwen. De dga kan vanaf dat moment alleen nog nieuwe pensioenrechten opbouwen bij een professionele partij.

Waarom afgeschaft?
Voor uw pensioen in eigen beheer is op de balans van de bv een voorziening gevormd. De hoogte van deze voorziening is gebonden aan fiscale regels. Deze voorziening noemen we fiscale waarde. Daarnaast kennen we ook een commerciële waarde van het pensioen. Dat is een indicatie van hoeveel het pensioen op dit moment echt waard is. Deze waarde wijkt af van de fiscale waarde en is op dit moment soms wel twee tot drie keer zo hoog. Door die afwijking is het voor veel dga’s lastig om dividend uit te keren. Ook bij echtscheiding kan men in problemen komen als het deel van de pensioenvoorziening van de ex-partner tegen commerciële waarde moet worden verdeeld. Als oplossing voor deze knelpunten heeft het kabinet er nu voor gekozen om per 1 januari 2017 te stoppen met de opbouw van pensioen in eigen beheer.

Let op!
De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met het wetsvoorstel van het kabinet.

Wat betekent het voor u dat het pensioen in eigen beheer wordt afgeschaft en met welke praktische zaken moet u rekening houden?

Al opgebouwde pensioenrechten
U kunt er voor kiezen om niets te doen, oftewel uw pensioen in eigen beheer te laten staan. De huidige regels blijven dan gelden. Er kan echter vanaf 1 januari 2017 geen verdere opbouw aan het eigenbeheerpensioen meer plaatsvinden. Het verschil tussen de commerciële en fiscale waarde van uw pensioenaanspraak blijft bestaan. Op pensioeningangsdatum zal uw bv de pensioenreservering aan u uitkeren, zoals dit is vastgelegd in de pensioenovereenkomst tussen u en de bv.

Let op!
Houdt u het pensioen in eigen beheer in stand, pas dan extra op met dividenduitkeringen. Een dividenduitkering is namelijk pas mogelijk als er voldoende vermogen in uw bv is en blijft voor de dekking van het pensioen. Om dit de bepalen moet u niet uitgaan van de fiscale waarde van de pensioenverplichting zoals die op de balans staat, maar van de commerciële waarde.

Naast dat u uw pensioen in eigen beheer ongewijzigd kunt laten, worden er in het wetsvoorstel twee faciliteiten voorgesteld: het afkopen van het pensioen en het omzetten van het pensioen in een oudedagsverplichting.

Afkopen van het pensioen
U kunt het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer fiscaalvriendelijk met een belastingkorting afkopen. Daarbij wordt uw pensioenaanspraak zonder fiscale gevolgen afgestempeld naar de fiscale (balans)waarde. Hierdoor verdwijnt het verschil tussen commerciële en fiscale waarde. De afgestempelde pensioenaanspraak kunt u vervolgens fiscaal vriendelijk met een belastingkorting afkopen. Deze korting geldt slechts gedurende drie jaar en wordt maximaal verleend over de fiscale (balans)waarde van de pensioenverplichting op 31 december 2015. Over de waardestijgingen na die datum wordt geen korting verleend.

Belastingkorting
In 2017 geldt een belastingkorting van 34,5%. Ook in 2018 en 2019 kan worden afgekocht, maar dan geldt een lager vrijstellingspercentage van 25% respectievelijk 19,5%.

Let op!
Afkoop in 2017 lijkt gunstiger dan in de latere jaren. Bij afkoop moet echter wel daadwerkelijk worden afgerekend met de Belastingdienst en dus loonbelasting worden betaald. Als dit geld niet beschikbaar is, is afkoop daarom niet mogelijk. Overigens kan de betaling wel zo ver mogelijk worden uitgesteld: door de afkoop pas eind 2017 te laten plaatsvinden, kan betaling van de loonbelasting worden doorgeschoven naar januari 2018.

Na afkoop wordt de afkoopsom (na aftrek van de loonbelasting) aan de dga uitgekeerd of schuldig gebleven. Bij het maken van de keuze tussen wel of geen afkoop moet daarom ook rekening gehouden worden met de inkomstenbelastingheffing over dit privévermogen. Zolang het pensioen niet is afgekocht, wordt namelijk geen inkomstenbelasting geheven over de waarde van de pensioenaanspraken. Inkomstenbelasting wordt dan pas geheven over de daadwerkelijke (toekomstige) pensioenuitkeringen.

Nabestaandenpensioen
Er is echter een nog veel groter latent probleem aanwezig bij de afkoop van het pensioen. Vaak bevat het pensioen van de dga namelijk ook een zogenoemd nabestaandenpensioen. Afkoop is in deze gevallen alleen mogelijk als de partner toestemming geeft. Deze toestemming is niet zonder meer vanzelfsprekend. De partner moet namelijk zijn of haar rechten prijsgeven en wordt daarvoor niet automatisch gecompenseerd. Weliswaar kan de partner meeprofiteren van een hoger (dividend)inkomen, maar medewerking van de partner is niet gegarandeerd.

Let op!
Als de dga ooit is gescheiden, is er vaak ook een ex-partner die medegerechtigd is tot een deel van de pensioenaanspraken. Afkoop is ook in deze gevallen alleen mogelijk als de ex-partner meewerkt. Die medewerking zal waarschijnlijk niet heel soepel verlopen en de ex-partner zal vaak financieel gecompenseerd willen worden. De staatssecretaris van Financiën laat al weten dat deze compensatie op dat moment geen schenking vormt.

Omvormen pensioen in een oudedagspotje
U kunt uw opgebouwde pensioen in eigen beheer omzetten in een oudedagsverplichting. Ook dan vindt eerst zonder fiscale gevolgen de afstempeling van de pensioenafspraak plaats naar fiscale (balans)waarde. Deze afgestempelde pensioenafspraak wordt vervolgens omgezet in een spaarverplichting voor de oude dag.

Tip:
Deze faciliteit komt bijvoorbeeld in beeld als er onvoldoende geld is om de loonbelasting bij afkoop te betalen. Ook als er weinig of geen pensioen is opgebouwd, kan deze faciliteit een optie zijn.

Het oudedagspotje mag tot pensioendatum worden opgerent tegen de marktrente. Vervolgens wordt bij het bereiken van de pensioendatum gedurende twintig jaren een gelijk bedrag uitgekeerd, waarna het oudedagspotje uiteindelijk leeg zal zijn. In deze variant blijft dus geld beschikbaar binnen de onderneming waarvan uiteindelijk ook een oudedagsuitkering kan worden gedaan.

Let op!
Ook bij deze faciliteit geldt dat de (ex)partner moet meewerken aangezien ook hier de pensioenaanspraken worden prijsgegeven.

Het zal bepaald niet eenvoudig zijn te bepalen wat voor u het voordeligste is. Bovendien is het daarna dan ook nog de vraag of uw keuze (financieel en qua medewerking van de partner) wel mogelijk is. Als dga moet u zich hierover goed laten adviseren. Dit geldt zeker ook voor de partner.naar boven


2. Bijtelling auto van de zaak ondanks verbod privégebruik

Ondanks een verbod op privégebruik, het wisselend gebruik door verschillende werknemers en het parkeren van de auto’s bij het kantoor van de werkgever acht het gerechtshof een naheffingsaanslag van € 85.000 en een boete van € 5.000 passend in deze situatie.
Had deze werkgever zijn zaken beter op orde gehad, dan had hij deze forse aanslag en boete wellicht kunnen voorkomen.

De valkuilen
De werkgever dacht dat het wel goed zat. Hij had zijn werknemers immers meegedeeld dat privégebruik van de auto niet was toegestaan. Daarnaast stonden de auto’s niet aan één werknemer specifiek ter beschikking, maar werden deze voortdurend afwisselend door vele werknemers gebruikt. Bovendien werden de auto’s ’s avonds ook nog bij het kantoor van de werkgever geparkeerd hetgeen privégebruik in de avond onmogelijk zou maken.
Desondanks ging het mis. De werkgever kon namelijk niet voldoende onderbouwen dat daadwerkelijk niet privé met de auto’s was gereden. Het verbod op privégebruik werd nauwelijks gecontroleerd. Ook het afwisselend gebruik van de auto’s kon de werkgever niet baten omdat het personenauto’s betrof. De speciale regeling die voor afwisselend gebruik geldt, is immers alleen van toepassing voor bestelauto’s. Ditzelfde gold voor het parkeren van de auto’s bij het kantoor van de werkgever: alleen voor bestelauto’s is wettelijk vastgelegd dat de bijtelling in zo’n situatie achterwege kan blijven.

Wat had deze werkgever anders kunnen doen?
De werkgever had zich beter moeten laten informeren over de regels. Bijtelling voor personenauto’s kan niet zonder meer achterwege blijven. De bijtelling kan in principe alleen achterwege blijven als de werknemer over een beschikking verklaring geen privégebruik auto beschikt en door een rittenregistratie of met ander bewijs kan aantonen dat de auto op jaarbasis niet voor meer dan 500 kilometer privé wordt gebruikt. Als de werknemer niet beschikt over de eerste twee bewijsmiddelen, is de werkgever aangewezen op ander bewijs. Een verbod op privégebruik en het parkeren bij de werkgever kunnen onderdeel zijn van dit andere bewijs, maar zullen in het algemeen zonder nadere afspraken met de Belastingdienst vaak onvoldoende bewijs vormen.

Verbod privégebruik
Een verbod op privégebruik is op zich over het algemeen onvoldoende om de bijtelling achterwege te kunnen laten. Hiervoor is aanvullend bewijs nodig, zoals een controle op dit verbod en een reële sanctie bij overtreding van het verbod.

Tip:
Wilt u gebruikmaken van de mogelijkheid om door een verbod op privégebruik de bijtelling achterwege te laten, maak hierover dan altijd vooraf afspraken met de Belastingdienst. Hiermee voorkomt u dat u achteraf voor onaangename verrassingen komt te staan.

Afwisselend gebruik
Voor bestelauto’s die afwisselend door verschillende werknemers worden gebruikt, geldt onder voorwaarden een speciale regeling waarbij het eventuele privégebruik kan worden ‘afgekocht’ voor € 300 per jaar. Deze speciale regeling geldt echter expliciet niet voor personenauto’s.

Parkeren bij de werkgever
Voor bestelauto’s die buiten werktijd niet gebruikt kunnen worden, is in de wet opgenomen dat geen bijtelling hoeft te worden toegepast. Een dergelijke wettelijke regeling is er echter niet voor personenauto’s. Of de omstandigheid dat een personenauto alleen tijdens werktijd kan worden gebruikt voldoende is om met ander bewijs aan te tonen dat de auto niet voor meer dan 500 kilometer privé wordt gebruikt, is moeilijk te zeggen. Het lijkt erop dat de Belastingdienst in ieder geval essentieel acht dat de werkgever controleert of de auto inderdaad op het parkeerterrein wordt geparkeerd, bijvoorbeeld door controle van de achtergelaten sleutels.

Tip:
Overleg altijd vooraf met de Belastingdienst of het buiten werktijd parkeren van de personenauto op het parkeerterrein bij het bedrijfspand in uw specifieke geval voldoende is om geen bijtelling toe te passen.

naar boven


3. Uw studerend kind bij u op de loonlijst

Heeft u een of meerdere studerende kinderen? Dan is het wellicht een idee om hen parttime bij u op de loonlijst te zetten. Wat zijn daarvan de voordelen?
Zet u uw kind parttime op de payroll, dan betaalt hij of zij over de eerste ruim € 6.000 geen belasting. Dit komt omdat er recht bestaat op de algemene heffingskorting en arbeidskorting. De inkomsten zijn dus wel belast, maar omdat hierop de heffingskortingen in aftrek komen, is de heffing per saldo nihil. Ligt het inkomen boven genoemde grens, dan moet u tot een inkomen van ongeveer € 20.000 rekenen met een tarief van 36,55%.

Tip:
Uw bedrijf kan voor zijn werknemers natuurlijk gebruikmaken van de werkkostenregeling en dat geldt natuurlijk ook voor vergoedingen en verstrekkingen aan uw kind. Tot een bedrag van 1,2% van de loonsom zijn vergoedingen en verstrekkingen niet belast bij de werknemer, betaalt u als werkgever geen eindheffing (80% loonbelasting) en is de vergoeding of verstrekking gewoon aftrekbaar van de winst.

Let op!
Een vergoeding of verstrekking mag niet ongebruikelijk zijn, maar tot een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar gaat de fiscus ervan uit dat hiervan geen sprake is. Zodoende is er voor uw kind per maand ruimte voor € 200 aan extra onbelaste vergoedingen of verstrekkingen, ervan uitgaande dat u de grens van 1,2% van de loonsom niet overschrijdt.

Auto van de zaak?
Geeft u uw zoon of dochter een auto van de zaak, zorg dan voor een lage bijtelling. Gecombineerd met een laag tarief, kan dit een goed alternatief zijn voor de studenten OV-jaarkaart.

Let op!
Blijf qua salaris, werkzaamheden en overige arbeidsvoorwaarden wel reëel. Doet u dit niet, dan is de kans zeker aanwezig dat de inspecteur de beloning als uitdeling aanmerkt. Houdt u verder in de gaten dat er soms maar beperkt bijverdiend mag worden als uw kind ook studiefinanciering ontvangt.

naar boven


4. Uit dienst? Telefoon terug of afrekenen

Heeft uw personeel een telefoon van de zaak en vergoedt u deze onder het noodzakelijkheidscriterium? Let dan op de voorwaarden die gelden als een personeelslid uit dienst treedt.

Uw personeel heeft een telefoon nodig om het werk goed te kunnen doen. U heeft de telefoons in 2015 onder het noodzakelijkheidscriterium vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld. Dit betekent dat de telefoon belastingvrij was. Dit betekent echter ook dat u de voorwaarden die gelden bij uitdiensttreding goed in de gaten moet houden. Doet u dit niet, dan loopt u het risico dat de telefoon alsnog (deels) tot het loon gerekend wordt.

Teruggeven
Het noodzakelijkheidscriterium bestaat sinds 2015. Onder dit noodzakelijkheidscriterium kunnen werknemers belastingvrij een telefoon van de zaak krijgen. Wat veel werkgevers vergeten, is dat één van de voorwaarden voor toepassing van het noodzakelijkheidscriterium is dat de telefoon moet worden teruggegeven als de werknemer de telefoon niet meer nodig heeft voor zijn werk.

Let op!
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een werknemer de telefoon niet meer nodig heeft voor zijn werk. Denk bijvoorbeeld aan een functiewijziging. De belangrijkste reden zal over het algemeen echter de uitdiensttreding van de werknemer zijn.

Vergoeden restwaarde
Geeft de werknemer de telefoon niet terug, dan is het ook mogelijk dat hij de restwaarde van de telefoon aan de werkgever betaalt. Vergoedt de werknemer ook de restwaarde niet, dan moet de werkgever de restwaarde tot het individuele loon van de werknemer rekenen. De belastingvrije telefoon wordt daarmee alsnog een (deels) belaste telefoon.

Tip:
Het is ook mogelijk om de restwaarde van de telefoon als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen in de vrije ruimte. De restwaarde is dan niet belast voor zover de vrije ruimte (1,2% van de totale fiscale loonsom) niet wordt overschreden. Wordt de vrije ruimte wel overschreden dan bedraagt de belasting 80%.

Gereedschappen, computers, tablet
De regels die gelden voor de telefoon van de zaak gelden ook voor gereedschappen, computers en andere mobiele communicatiemiddelen (zoals tablets) en dergelijke apparatuur. Bij uitdiensttreding zal de werknemer ook deze moeten inleveren of de restwaarde aan de werkgever moeten vergoeden.

Tip:
De restwaarde is de waarde in het economische verkeer op het moment dat de werknemer uit dienst gaat. Deze waarde zal niet eenvoudig vast te stellen zijn. Diverse websites, waaronder bijvoorbeeld Marktplaats.nl, kunnen hierbij ter hulp zijn.

naar boven


Kort Nieuws & Tips

1. Onbetaalde factuur? Teruggaaf btw makkelijker!

Vanaf 2017 wordt het eenvoudiger om btw op oninbare vorderingen terug te vragen. Anders dan nu het geval is, hoeft vanaf 2017 niet meer aannemelijk gemaakt te worden dat een afnemer niet betaald heeft en ook niet meer zal betalen. Het recht op teruggaaf geldt vanaf 2017 zodra de factuur één jaar nadat het factuurbedrag opeisbaar is geworden, nog niet is betaald. Een apart verzoek om teruggave is vanaf 2017 ook niet meer nodig. Het oninbare btw-bedrag kan dan namelijk gewoon in de reguliere btw-aangifte opgenomen worden.naar boven

2. Zuinige auto rijden? Profiteer nog snel van de lage bijtelling

Wilt u een nieuwe zuinige auto aanschaffen en nog profiteren van de lage bijtelling? Dan moet u er snel bij zijn. Per 1 januari 2017 verdwijnt namelijk het fiscale voordeel. De bijtelling van de zeer zuinige auto wordt per 1 januari 2017 verhoogd van 15% naar 22% en die van de zuinige auto van 21% naar 22%. Alleen voor auto’s die geen CO2 uitstoten, geldt een lagere bijtelling van 4% van de cataloguswaarde (inclusief btw en BPM). Let op! Deze nieuwe percentages gelden alleen voor nieuwe auto’s. Dat wil zeggen: auto’s met een datum eerste toelating op de weg vanaf 1 januari 2017. Wilt u een zeer zuinige auto aanschaffen, dan bedraagt de bijtelling dus 7% minder als deze auto nog in 2016 voor het eerst tot de weg wordt toegelaten. Overweeg daarom om een dergelijke auto nog dit jaar aan te schaffen.naar boven

3. Werken via eigen bv of in dienstbetrekking?

Het werken via een eigen bv sluit een dienstbetrekking niet per definitie uit. Dat heeft staatssecretaris Wiebes onlangs aangegeven, in antwoord op Kamervragen. Als sprake is van een dienstbetrekking wordt dit niet anders als de werkzaamheden via een eigen bv worden verricht. Een eigen bv zal daarom geen oplossing zijn voor de problematiek rondom de modelovereenkomsten. Voor 1 mei 2016 bestond nog de VAR-dga die de opdrachtgever vrijwaring gaf. Met het afschaffen van de VAR-dga is deze vrijwaring echter vervallen en zal ook bij werken via de eigen bv de relatie tussen de dga en de opdrachtgever beoordeeld moeten worden op de aanwezigheid van een dienstbetrekking. De staatssecretaris heeft bevestigd dat een dga met een eigen bv die zekerheid wil over de arbeidsverhouding met de opdrachtgever, gebruik kan maken van de modelovereenkomsten die op de website van de Belastingdienst staan.naar boven

4. Nieuwe vermogenstarieven 2017

Vanaf 2017 krijgt u in box 3 te maken met een vermogensmix en drie schijven met ieder een eigen forfaitair rendementspercentage. Het forfaitair rendement van 4% wordt dan vervangen door een staffel van jaarlijks veranderende rendementen. De definitieve rendementen voor 2017 per vermogensschijf zijn nu bekendgemaakt en luiden als volgt:

Vermogensschijf 1 2 3
Vermogen
(na aftrek heffingsvrij vermogen)
Minder of gelijk aan € 75.000 Meer dan € 75.000 of minder of gelijk aan € 975.000 Meer dan € 975.000
Forfaitair rendementspercentage 2,87% 4,60% 5,39%

Het belastingtarief in box 3 blijft in 2017 30% en het heffingsvrij vermogen (een vast bedrag van uw vermogen is vrijgesteld van belasting) gaat naar € 25.000 per persoon.naar boven

5. Zzp’er? Maak goede afspraken over verhalen premies!

Bent u opdrachtnemer of zzp’er en sluit u een modelovereenkomst af met uw opdrachtgever? Maak daarin dan duidelijke afspraken over het verhalen van loonheffingen en premies. Niet alle risico’s mogen namelijk bij u worden neergelegd. In het geval dat de Belastingdienst alsnog tot de conclusie komt dat u in dienstbetrekking bent bij uw opdrachtgever, krijgt deze een naheffing inzake loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en zorgverzekeringswet. In de praktijk blijkt dat opdrachtgevers deze risico’s willen neerleggen bij u als opdrachtnemer. In de standaardovereenkomsten zijn hierover geen richtlijnen opgenomen. U moet hierover daarom goede afspraken maken en deze gezamenlijk vastleggen. Uw opdrachtgever mag in ieder geval premies werknemersverzekeringen en zorgverzekeringswet nooit op u verhalen. Nageheven loonbelasting en premies volksverzekeringen kan uw opdrachtgever wel op u verhalen. Dit is op zich niet vreemd omdat de loonbelasting en premies volksverzekeringen altijd door de werknemer gedragen worden.naar boven

6. Kleine ondernemersregeling voor korting op btw

Bent u ondernemer en draagt u per jaar weinig btw af? Maak dan gebruik van de kleine ondernemersregeling. Deze regeling voorziet in een korting op de af te dragen btw en kan gezien worden als een tegemoetkoming in de administratieve kosten. De regeling kent een aantal voorwaarden. Zo is de korting alleen weggelegd voor natuurlijke personen, dus voor ondernemers met een eenmanszaak, maatschap of vof. Verder moet uw bedrijf in Nederland gevestigd zijn. In beginsel moet u wel voldoen aan de administratieve eisen die met de btw samenhangen. U kunt hiervan ontheven worden als u aannemelijk maakt dat u de komende jaren niet meer dan € 1.345 per jaar aan btw hoeft af te dragen.naar boven


Tot slot
Heeft u naar aanleiding van deze nieuwsbrief nog vragen, neem dan gerust contact met ons op.

Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.