Special Miljoenennota 2017

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de Miljoenennota 2017 en dus ook het Belastingplan 2017. Het Belastingplan steunt op drie pijlers: het in evenwicht brengen van de koopkracht, het vereenvoudigen van het belastingstelsel en de bestrijding van ongewenst gebruik van fiscale regels. In deze special staan de belangrijkste gevolgen van de Miljoenennota.

Let wel, de aangekondigde maatregelen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. Dat betekent dat er nog wijzigingen kunnen worden aangebracht of dat bepaalde voorstellen toch geen doorgang vinden.

Indeling


  1. Alle belastingplichtigen: vervallen aftrekposten, vereenvoudigen en bestrijden ongewenst gebruik
  2. Ondernemers en rechtspersonen: verlagen VPB, vereenvoudigen en bestrijden ongewenst gebruik
  3. Pensioenen: geen pensioen in eigen beheer meer, wel afkoop met korting
  4. Werkgevers: weinig veranderingen
  5. Woningeigenaren: wettelijk verankeren eerdere goedkeuringen

1. Alle belastingplichtigen

Vervallen aftrekposten, vereenvoudigen en bestrijden ongewenst gebruik

52%-tarief inkomstenbelasting eerder bereikt
In tegenstelling tot al eerder aangenomen plannen zal het 52%-tarief in de inkomstenbelasting in 2017 niet beginnen bij € 67.472 maar al bij € 67.072. Overigens is al in eerdere plannen aangenomen dat de schijf hieronder 40,80% bedraagt in 2017 (2016 40,40%).

Wijzigingen heffingskortingen
De maximale algemene heffingskorting gaat in 2017 omhoog naar € 2.254 (2016: € 2.242). Overigens blijft de afbouw in de algemene heffingskorting (in 2017 4,787%) bestaan, zodat ook in 2017 vanaf een inkomen van rond de € 67.000 geen recht meer bestaat op de algemene heffingskorting.

De maximale arbeidskorting gaat omhoog naar € 3.223 (en dus niet naar de in eerdere plannen al aangenomen € 3.269). Het startpunt van de afbouw van de arbeidskorting wordt verlaagd van € 34.015 naar € 32.444. Dit betekent dat de arbeidskorting al vanaf een inkomen vanaf € 32.444 steeds met 3,6% van het inkomen boven dit bedrag wordt verlaagd. Vanaf een inkomen van € 121.972 bedraagt de arbeidskorting in 2017 nihil.

De ouderenkorting wordt voor verzamelinkomens van niet meer dan € 36.057 in 2017 verhoogd van € 1.187 naar € 1.292.

Aftrek monumentpanden vervalt vanaf 2017
De aftrek monumentenpanden stelt particuliere eigenaren in staat de kosten van onderhoud van hun rijksmonumentenpand fiscaal in aftrek te brengen. Deze aftrekpost vervalt met ingang van 2017. Voor eigenaren die reeds onomkeerbare financiële verplichtingen zijn aangegaan, treedt met ingang van 1 januari 2017 een niet-fiscale overgangsregeling in. Deze overgangsregeling geldt in 2017 en 2018 en wordt vormgegeven in een subsidieregeling met een budget van € 32 miljoen per jaar.

Let op!
De aftrek monumentenpanden blijft vanaf 2017 nog wel in beeld voor teruggaven van kosten. Heeft u in de jaren tot en met 2016 aftrek monumentenpanden genoten voor kosten die u in 2017 of latere jaren terugontvangt, dan moet u deze teruggave op dat moment als inkomen aangeven.

Aftrek scholingsuitgaven vervalt vanaf 2018
Particulieren die een opleiding of studie voor een beroep volgen waarvoor geen recht bestaat op studiefinanciering, kunnen de kosten hiervan in aftrek brengen als scholingsuitgaven. Deze aftrekpost vervalt met ingang van 2018. In plaats daarvan komt een gerichte uitgavenregeling in de vorm van scholingsvouchers voor mensen die uit zichzelf minder snel geneigd zijn om scholing te volgen.

Let op!
De aftrek scholingsuitgaven blijft vanaf 2018 nog wel in beeld voor teruggave van kosten. Heeft u in de jaren tot en met 2017 aftrek scholingsuitgaven genoten voor kosten die u in 2018 of latere jaren terugontvangt, dan moet u deze teruggave op dat moment als inkomen aangeven.

Wijziging toerekening schulden bij vruchtgebruik krachtens erfrecht
Goederen waarop een vruchtgebruik rust worden in box 3 voor de blooteigendomswaarde bij de blooteigenaar in aanmerking genomen en voor de vruchtgebruikwaarde bij de vruchtgebruiker. Dit is alleen anders als het vruchtgebruik krachtens erfrecht gevestigd is. In dat geval wordt bij de blooteigenaar (meestal het kind) niets belast en bij de vruchtgebruiker (meestal de langstlevende) de volle waarde. Deze uitzondering geldt op dit moment echter niet voor schulden. Dit heeft tot gevolg dat die schulden, in tegenstelling tot de bijbehorende bezittingen, voor de blooteigendomswaarde bij de blooteigenaar in aanmerking worden genomen en voor de vruchtgebruikwaarde bij de vruchtgebruiker. Om deze onwenselijke situatie op te lossen worden deze schulden vanaf 2017 ook voor de volle waarde bij de vruchtgebruiker in aanmerking genomen.

Teruggaafregeling dividendbelasting voor niet-ingezetenen
Een niet-ingezeten natuurlijk persoon en een niet-ingezeten lichaam met Nederlandse aandelen kan op verzoek teruggaaf van ingehouden dividendbelasting krijgen. Dit is bij beleidsbesluit van 25 april 2016 goedgekeurd. Deze teruggaaf is nooit hoger dan de dividendbelasting verminderd met de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn geweest als de natuurlijke persoon of het lichaam inwoner van Nederland zou zijn geweest. Geen teruggaaf wordt verleend als de natuurlijk persoon of het lichaam recht heeft op volledige verrekening van de Nederlandse belasting in de woonstaat of vestigingsstaat op grond van een gesloten belastingverdrag. Vanaf 1 januari 2017 wordt de teruggaafregeling in wettelijke bepalingen opgenomen.

Heffingsvrij vermogen in box 3 voor (niet-kwalificerende) buitenlands belastingplichtigen
Bij beleidsbesluit van 25 april 2016 is ook goedgekeurd dat bij (niet-kwalificerende) buitenlands belastingplichtigen met een box 3-inkomen het heffingsvrije vermogen in aanmerking wordt genomen. Vanaf 1 januari 2017 wordt ook deze goedkeuring in wettelijke bepalingen opgenomen.

Beperking reikwijdte toerekeningsstop afgezonderde particuliere vermogens (APV’s)
Het vermogen en inkomen van een afgezonderd particulier vermogen (APV) wordt belast bij de inbrenger van het vermogen (of zijn erfgenamen). Het kan hierbij gaan om inkomen in box 1, 2 en/of 3. Om dubbele belastingheffing te voorkomen is de zogenaamde toerekeningsstop van toepassing. De toerekeningsstop houdt grofweg in dat als het APV in een naar Nederlandse maatstaven reële heffing (minimaal 10%) wordt betrokken, het vermogen en inkomen waarvoor de APV in een winstbelasting betrokken wordt, dan niet bij de inbrenger belast wordt in de inkomstenbelasting. De toerekeningsstop blijkt steeds meer gebruikt te worden om belasting bij de inbrenger te voorkomen, terwijl in het buitenland over het APV nauwelijks belasting wordt geheven. Daarnaast kan de toerrekeningsstop de gebruikelijkloonregeling, de terbeschikkingstellingsregeling en de dividendbelasting onbedoeld buiten toepassing laten. Om die reden wordt voorgesteld om de toerekeningsstop te beperken en deze alleen nog te laten gelden voor APV’s die een reële actieve onderneming drijven.

Let op!
Anticiperen op deze maatregel is niet meer mogelijk. De maatregel werkt namelijk terug tot 20 september 2016 15.15 uur.

Tip:
In het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 zullen aanvullende maatregelen worden getroffen, zodat bij de Nederlandse belastingheffing van de inbrenger rekening gehouden wordt met de daadwerkelijk in het buitenland betaalde belasting.

Herziening voorschot en vaststelling toeslag binnen vijf jaar
Herziening van een voorschot en vaststelling van een toeslag moet vanaf 1 januari 2017 geschieden binnen 5 jaar na de laatste dag van het berekeningsjaar. Als dat niet is gebeurd, is vaststelling op een lager bedrag dan het verleende voorschot niet mogelijk. Vaststelling op een hoger bedrag blijft wel altijd mogelijk, ook buiten de vijf-jaarstermijn.

Tip:
Met een beroep op een uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan ook nu al een beroep gedaan worden op deze termijn van maximaal vijf jaar.

Informatie-uitwisseling Belastingdienst/toeslagen aan andere bestuursorganen
De Belastingdienst/toeslagen mag alleen informatie uitwisselen als een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Als dat niet het geval is, is de Belastingdienst/toeslagen gebonden aan haar geheimhoudingsplicht. Voorgesteld wordt om het benodigde voorschrift voor de informatie-uitwisseling vanaf 1 januari 2017 in de wet (Awir) op te nemen. Gegevensverstrekking kan dan plaatsvinden aan andere bestuursorganen waarmee op basis van een convenant wordt samengewerkt. In het uitvoeringsbesluit Awir zal nader worden opgenomen aan welke bestuursorganen welke informatie wordt verstrekt en met het oog op welke taak.

Invordering belastingen en toeslagen onder één regime vanaf 2019
Voor toeslagen geldt een ander invorderingsregime dan voor belastingen. Dit heeft tot gevolg dat een burger die een toeslag en een belastingschuld moet terugbetalen, te maken krijgt met verschillende betalingsregelingen onder andere voorwaarden, een maandelijkse stroom aan verschillende berichten van verschillende instanties en afwijkende mogelijkheden van bijvoorbeeld kwijtschelding. Dit is niet alleen lastig uit te leggen, maar een burger zal ook snel het overzicht kwijt zijn over zijn schulden. Dit is ongewenst en daarom wordt de invordering van belastingen en toeslagen ondergebracht in één invorderingsregime. Hierbij wordt het invorderingsregime dat geldt voor belastingen (grotendeels) van toepassing verklaard op toeslagen. Een burger met belastingschulden en toeslagschulden krijgt in de toekomst daarom alleen nog maar te maken met de ontvanger van de Belastingdienst en niet langer met de Belastingdienst/toeslagen. Het streven is om de wijzigingen per 1 januari 2019 in werking te laten treden.

Ruimere betalingsregelingen belastingschulden vanaf 2019
Door de stroomlijning naar één invorderingsregime komt een standaardbetalingsregeling voor belastingschulden van maximaal twaalf maanden (nu: vier maanden) met een minimale betaling van € 50 per maand. De betalingscapaciteit of de vermogenspositie van de belastingschuldige is hierbij niet relevant. Iedereen kan zijn belastingschulden standaard afbetalen in maximaal twaalf maanden.

De maatwerkregeling voor belastingschulden wordt 24 maanden (nu: twaalf maanden). Hierbij is de betalingscapaciteit en de vermogenspositie wel van belang.

Tip:
Mensen met toeslagschulden gaan er in de nieuwe invorderingsregeling op achteruit. Voor toeslagen geldt nu een standaardbetalingsregeling, ongeacht betalingscapaciteit of vermogenspositie, van 24 maanden.

De nieuwe betalingsregelingen gaan gelden voor toeslagschulden van particulieren en ondernemers en voor belastingschulden van particulieren.

Let op!
In de nieuwe regeling bent u verplicht een automatische incasso af te geven voor de betalingsregeling.

Na afloop van een maatwerkbetalingsregeling volgt in beginsel automatisch kwijtschelding van het eventuele restant van de schuld.

Let op!
De ruimere betalingsregelingen gelden nog niet vanaf 1 januari 2017. Het streven is inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2019.

Vanaf 2019 naar de fiscale rechter
Op dit moment zijn er nog verschillende rechtsgangen voor geschillen over invordering van toeslagschulden en belastingschulden. Straks (streefdatum: 1 januari 2019) worden alle geschillen voorgelegd aan de fiscale rechter.

Maatregelen accijnzen
De structuur en tarifering van accijns op tabaksproducten wordt vereenvoudigd. Het kabinet wil ook de vrijstelling van accijns voor biobrandstoffen voor verwarmingsdoeleinden laten vervallen per 1 juli 2017. Daarnaast stelt het kabinet voor de gedeeltelijke teruggaafregelingen accijns voor vloeibaar gemaakt petroleumgas voor autobussen in het ov en onder meer vuilniswagens te laten vervallen. Tot slot wil het kabinet de huidige teruggaafregeling voor biobrandstoffen uitbreiden met hernieuwbare brandstoffen.


2. Ondernemers en rechtspersonen

Verlagen VPB, vereenvoudigen en bestrijden ongewenst gebruik

Afbouw vennootschapsbelasting van 2018 tot 2021
De vennootschapsbelasting wordt vanaf 2018 verminderd door een stapsgewijze verlenging van de eerste tariefschijf (20%). In 2018 wordt de eerste tariefschijf verlengd van € 200.000 naar € 250.000, in 2020 van € 250.000 naar € 300.000 en in 2021 van € 300.000 naar € 350.000.

Teruggaaf btw oninbare vorderingen eenvoudiger
Vanaf 2017 wordt het eenvoudiger om btw op oninbare vorderingen terug te vragen. Anders dan nu het geval is, hoeft vanaf 2017 niet meer aannemelijk gemaakt te worden dat een afnemer niet betaald heeft en ook niet meer zal betalen. Het recht op teruggaaf geldt vanaf 2017 zodra de factuur één jaar nadat het factuurbedrag opeisbaar is geworden, nog niet is betaald.

Tip:
Een apart verzoek om teruggave is vanaf 2017 ook niet meer nodig. Het oninbare btw-bedrag kan dan namelijk gewoon in de reguliere btw-aangifte opgenomen worden.

Gebruikelijkloonregeling voor innovatieve startups versoepeld
De gebruikelijkloonregeling voor innovatieve startups wordt versoepeld. Op verzoek kreeg een startup al enige tijd toestemming een lager gebruikelijk loon vast te stellen maar vanaf 2017 komt er een wettelijke regeling. Het belastbaar loon van de dga van een innovatieve startup mag door deze wettelijke regeling vanaf 2017 worden vastgesteld op het wettelijke minimumloon. De maatregel geldt voor dga’s van bedrijven die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en voor toepassing van de S&O-afdrachtvermindering als starter worden aangemerkt. De maatregel geldt in beginsel tot 1 januari 2022, maar kan bij een positieve evaluatie eventueel verlengd worden.

Tip:
Ook dga’s die niet als dga van een innovatieve startup worden aangemerkt, kunnen het gebruikelijk loon onder voorwaarden lager vaststellen dan € 44.000. De dga moet dan gebruik maken van de tegenbewijsregeling en aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 44.000.

Geen keuzemogelijkheid invulling begrip bouwterrein meer
In de btw-wetgeving staan limitatieve voorwaarden waaraan moet worden voldaan, wil er sprake zijn van een bouwterrein. Als er sprake is van een bouwterrein, is de levering van dat bouwterrein belast met btw. Door toepassing van de samenloopregeling is dan geen overdrachtsbelasting verschuldigd.

Europese rechtspraak zorgt voor een ruimere uitleg van het begrip bouwterrein. Op dit moment kan nog gekozen worden om de limitatieve voorwaarden van de wet dan wel de ruimere uitleg van de Europese rechter toe te passen. Op die manier kan de voor het specifieke geval de meest gunstige uitkomst worden gekozen.

Vanaf 2017 wordt het wettelijke begrip bouwterrein echter verruimd en is de keuzeregeling niet meer mogelijk. Als uit de beoordeling van alle omstandigheden blijkt dat het terrein daadwerkelijk bestemd is om te worden bebouwd, is sprake van een bouwterrein. Bij deze beoordeling wordt de intentie van partijen ook meegenomen als deze met objectieve gegevens kan worden onderbouwd.

Let op!
Vanaf 2017 kan niet meer gekozen worden voor een andere definitie van een bouwterrein. Het kan in individuele gevallen daarom aantrekkelijk zijn de levering van een bouwterrein nog in 2016 te laten plaatsvinden.

Langere termijn voor opteren belastingplicht vennootschapsbelasting
Stichtingen en verenigingen die in een jaar niet meer dan € 15.000 winst behalen of stichtingen en verenigingen die in een jaar en de daaraan voorafgaande vier jaren niet meer dan € 75.000 winst behalen, zijn van vennootschapsbelasting vrijgesteld. In bepaalde gevallen kan het voor deze stichtingen en verenigingen voordeliger zijn om wel vennootschapsbelastingplichtig te zijn.

Tip:
Bij ingang van de vrijstelling vennootschapsbelasting vindt een eindafrekening plaats waarbij onder meer stille reserves in de heffing betrokken worden. Om die reden kan het voordeliger zijn om niet in de vrijstelling te vallen. Dit geldt bijvoorbeeld ook als door de vrijstelling een verlies uit een jaar niet verrekenbaar is met andere jaren.

De stichting of vereniging kan daarom verzoeken om de vrijstelling niet toe te passen. Dit verzoek moet nu nog binnen zes maanden na afloop van het boekjaar worden ingediend. Vanaf 2017 moet dit verzoek uiterlijk gelijktijdig met het indienen van de aangifte worden gedaan.

Wijziging vrijstelling btw watersportorganisaties
Watersportorganisaties die geen winst beogen, vallen voor hun diensten ten behoeve van de watersport onder de btw-sportvrijstelling. Dit geldt niet als deze watersportorganisaties personeel in dienst hebben. Deze beperking ten aanzien van personeel geldt vanaf 2017 niet meer. Dit betekent dat vanaf 2017 ook niet-winstbeogende watersportverenigingen die personeel in dienst hebben voor het verrichten van werkzaamheden aan vaartuigen en voor het beschikbaar stellen van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen, vrijgesteld zijn van btw.

Tip:
Het ter beschikking stellen van lig- en bergplaatsen aan vaartuigen voor recreatief gebruik is vanaf 2017 niet meer vrijgesteld van btw. Dit kan kostprijsverhogend werken. Daar staat echter tegenover dat de voorbelasting met betrekking tot terbeschikkingstelling wel aftrekbaar wordt.

Introductie nexusbenadering en toegangscriteria in de innovatiebox
De innovatiebox is een aantrekkelijk instrument omdat hiermee het effectieve belastingtarief in de vennootschapsbelasting op winst uit innovatieve activiteiten wordt verlaagd. Door internationale afspraken inzake belastingontwijking wordt in de innovatiebox de nexusbenadering en toegangscriteria geïntroduceerd.

De nexusbenadering betekent dat een deel van de voordelen uit innovatieve activiteiten niet in aanmerking komt voor de innovatiebox als een gedeelte van de uitgaven verband houdt met het uitbesteden van speur- en ontwikkelingswerk aan verbonden lichaam. De berekening van de uitsluiting gaat via een bepaalde formule. Er komt vooralsnog geen tegenbewijsregeling voor de nexusbenadering.

De S&O-verklaring wordt centraal gesteld als toegangsticket voor de innovatiebox. Belastingplichtigen met een nettogroepsomzet van meer dan € 50 miljoen per jaar (€ 250 miljoen in vijf jaar) of brutovoordelen uit innovatieve activa van meer dan € 7,5 miljoen per jaar (€ 37,5 miljoen in vijf jaar) moeten naast de S&O-verklaring beschikken over een tweede toegangsticket (denk hierbij aan een octrooi, naar hun aard met octrooien vergelijkbare rechten als utility models, kwekersrechten etcetera).

Tip:
De wijzigingen zijn van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017. Voor immateriële activa die uiterlijk op 30 juni 2016 zijn voortgebracht, gaat een overgangsrecht gelden.

Box 2-beleggen VBI wordt minder aantrekkelijk
In een VBI, Vrijgestelde Beleggingsinstelling, zijn de beleggingsresultaten van beleggingen onder voorwaarden vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Dit is aantrekkelijk zeker nu een belastingplichtige fiscaal geruisloos overtollig vermogen kan afsplitsen uit zijn bv naar een VBI. Voortaan moet echter in box 2 worden afgerekend over de positieve aanmerkelijkbelangclaim als een lichaam waarin een belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft de VBI-status verkrijgt.

Let op!
Het heeft geen zin om voor 2017 nog snel een VBI-status aan te vragen. De maatregel werkt namelijk terug tot 20 september 2016 15.15 uur.

Het kan ook aantrekkelijk zijn box 3-vermogen tijdelijk in een VBI onder te brengen om daarmee op de peildata de box 3-heffing te ontlopen. Om ook deze route minder aantrekkelijk te maken wordt box 3-vermogen dat is ondergebracht in een VBI waarin een belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft voortaan niet alleen maar belast in box 2. Dit vermogen blijft ook belast in box 3 als dit vermogen binnen 18 maanden weer terugkomt naar box 3.

Tip:
Er komt een tegenbewijsregeling die dubbele heffing voorkomt. De belastingplichtige moet dan de zakelijke reden om het vermogen binnen 18 maanden weer naar box 3 te halen aannemelijk maken.

Naast deze twee maatregelen om gebruik van de VBI tegen te gaan, zal ook het percentage van het forfaitaire rendement uit een VBI voortaan gekoppeld worden aan het voor dat jaar geldende percentage van de hoogste schijf in box 3 (voor 2017 waarschijnlijk 5,5%)

Let op!
De maatregelen gaan ook gelden voor het onderbrengen van vermogen in een buitenlands beleggingslichaam waarover geen of nauwelijks winstbelasting wordt geheven.

Reparatie bedrijfsopvolgingsregeling
Een uitspraak van de Hoge Raad is reden voor het kabinet geweest om de bedrijfsopvolgingsregeling voor de erf- en schenkbelasting en de inkomstenbelasting vanaf 1 juli 2016 te repareren. De bedrijfsopvolgingsregeling komt erop neer dat degene die ondernemingsvermogen erft of geschonken krijgt onder voorwaarden (nagenoeg) geen schenk- en erfbelasting hoeft te betalen. Er geldt namelijk een forse vrijstelling. Door de uitspraak van de Hoge Raad is het mogelijk dat ook een aandelenpakket met een indirect belang kleiner dan 5% in sommige situaties onder de bedrijfsopvolgingsregeling kan vallen. Dit wordt dus met terugwerkende kracht door het kabinet vanaf 1 juli 2016 gerepareerd.

Beloning buitenlands belastingplichtige bestuurder en commissaris in Nederland belast
Het heffingsrecht over beloningen van bestuurders en commissarissen wordt in belastingverdragen over het algemeen toegewezen aan het land waarin de vennootschap gevestigd is. Om zeker te stellen dat Nederland ook over deze beloningen kan heffen, wordt de Wet inkomstenbelasting aangepast.

Renteaftrekbeperking overnameholding aangescherpt
De fiscale aftrekbaarheid van rente op bovenmatige schuldfinanciering bij overnames gevolgd door voeging in een fiscale eenheid, is beperkt door invoering van de overnameholdingbepaling. Deze overnameholdingbepaling wordt op een aantal punten aangescherpt:
De berekeningssystematiek wordt aangescherpt in het geval een overnameschuld van het niveau van de overnameholding wordt verplaatst naar het niveau van de overgenomen vennootschap.
De termijn van zeven jaar waarbinnen de financiering moet worden afgebouwd van maximaal 60% van de verkrijgingsprijs naar maximaal 25% van de verkrijgingsprijs, wordt nader aangescherpt.
Het eerbiedigende overgangsrecht komt te vervallen als een overnameholding op of na 1 januari 2017 in een nieuwe fiscale eenheid met een andere moeder wordt opgenomen.

Tip:
De maatregelen zullen de deur van veel mkb-ondernemers wel voorbij gaan. Er geldt namelijk een drempel van € 1 miljoen rente die niet in aftrek beperkt wordt. Deze drempel blijft, ook na de aanscherping, gewoon bestaan.

Tijdelijk verlaagd tarief energiebelasting openbare laadpalen
Het tarief in de energiebelasting voor openbare laadpalen met een zelfstandige aansluiting op het distributienet wordt over de eerste 10.000 kWh verlaagd van 10,07 cent per kWh naar 4,996 cent per kWh. De verlaging geld in de periode 2017-2020. Daarnaast gaat een nultarief gelden in de Wet opslag duurzame energie.


3. Pensioenen

Geen pensioen in eigen beheer meer, wel afkoop met korting

De dga kan net zoals gewone werknemers een pensioen opbouwen. Normale werknemer moeten dat doen bij een professioneel pensioenfonds of verzekeraar. De dga kan echter pensioen opbouwen in eigen beheer. Vanaf 1 januari 2017 zal dat niet meer mogelijk zijn. De dga kan vanaf dat moment alleen nog nieuwe pensioenrechten opbouwen bij een professionele partij.

In eigen beheer al opgebouwde pensioenrechten kunnen wel worden gehandhaafd. Of dat wenselijk is, is een andere vraag. Pensioen in eigen beheer is namelijk complex. Dit wordt veroorzaakt door de verschillende waarderingsregels die gelden voor dat eigenbeheerpensioen.

Zo gelden voor de aangifte vennootschapsbelasting andere regels dan voor de gewone jaarrekening. En ook voor de loonbelasting gelden weer andere regels. Deze verschillende regels hebben de afgelopen jaren voor veel problemen gezorgd. De dga is door de fiscale regels namelijk van een veel te laag bedrag aan pensioenverplichting uitgegaan en heeft zich daarbij te rijk gerekend. Sinds de rentestand drastisch is gedaald, is dit probleem alleen maar erger geworden.

Dividenduitkeringen zijn in veel gevallen niet meer mogelijk vanwege de pensioenverplichting. In gevallen waarin toch dividend is uitgekeerd omdat men zich hier niet van bewust is geweest, stelt de Belastingdienst soms dat het pensioen is afgekocht. Dat leidt dan vaak tot onoverkomelijke hoge aanslagen. Met name het pensioentekort en het risico van onbedoelde afkoop waren reden om pensioen in eigen beheer af te schaffen.

Tip:
Door afkoop van het pensioen in eigen beheer zal het eigen vermogen van de bv verbeteren. De mogelijkheid om dividend uit te keren neemt hierdoor toe. Daarnaast bestaat dan geen risico meer dat de dividenduitkering wordt aangemerkt als een pensioenafkoop met daarbij behorende enorme belastingaanslagen.

In het wetsvoorstel worden twee faciliteiten voorgesteld: het afkopen van het pensioen en het omzetten van het pensioen in een oudedagsverplichting.

Afkopen van het pensioen Voorgesteld wordt om de dga de mogelijkheid te bieden een deel van zijn pensioenrechten zonder fiscale gevolgen prijs te geven. Het gaat om het deel daarvan dat uitgaat boven de fiscale balanswaarde (die zoals gezegd vaak veel te laag is).

Vervolgens kan in 2017 voornoemde fiscale balanswaarde worden afgekocht. Daarbij geldt dan een vrijstelling ter grootte van 34,5% van die fiscale balanswaarde zoals die eind 2015 bestond. Ook in 2018 en 2019 kan worden afgekocht, maar dan geldt een lager vrijstellingspercentage van 25% respectievelijk 19,5%.

Let op!
Afkoop in 2017 lijkt gunstiger dan in de latere jaren. Bij afkoop moet echter wel daadwerkelijk worden afgerekend met de Belastingdienst en dus loonbelasting worden betaald. Als dit geld niet beschikbaar is, is afkoop daarom niet mogelijk. Overigens kan de betaling wel zo ver mogelijk worden uitgesteld: door de afkoop pas eind 2017 te laten plaatsvinden, kan betaling van de loonbelasting worden doorgeschoven naar januari 2018.

Na afkoop wordt de afkoopsom (na aftrek van de loonbelasting) aan de dga uitgekeerd of schuldig gebleven. Bij het maken van de keuze tussen wel of geen afkoop moet daarom ook rekening gehouden worden met de inkomstenbelastingheffing over dit privévermogen. Zolang het pensioen niet is afgekocht, wordt namelijk geen inkomstenbelasting geheven over de waarde van de pensioenaanspraken. Inkomstenbelasting wordt dan pas geheven over de daadwerkelijke (toekomstige) pensioenuitkeringen.

Er is echter een nog veel groter latent probleem aanwezig bij de afkoop van het pensioen. Vaak bevat het pensioen van de dga namelijk ook een zogenoemd nabestaandenpensioen. Afkoop is in deze gevallen alleen mogelijk als de partner toestemming geeft. Deze toestemming is niet zonder meer vanzelfsprekend. De partner moet namelijk zijn of haar rechten prijsgeven en wordt daarvoor niet automatisch gecompenseerd. Weliswaar kan de partner meeprofiteren van een hoger (dividend)inkomen, maar medewerking van de partner is niet gegarandeerd.

Let op!
Als de dga ooit is gescheiden, is er vaak ook een ex-partner die medegerechtigd is tot een deel van de pensioenaanspraken. Afkoop is ook in deze gevallen alleen mogelijk als de ex-partner meewerkt. Die medewerking zal waarschijnlijk niet heel soepel verlopen en de ex-partner zal vaak financieel gecompenseerd willen worden. De staatssecretaris van Financiën laat al weten dat deze compensatie op dat moment geen schenking vormt.

Omvormen pensioen in een oudedagspotje (oudedagsverplichting). Ook bij deze faciliteit wordt het pensioen prijsgegeven tot de fiscale balanswaarde. Vervolgens vindt echter geen afkoop plaats, maar blijft het geld in de bv.

Tip:
Deze faciliteit komt bijvoorbeeld in beeld als er onvoldoende geld is om de loonbelasting bij afkoop te betalen. Ook als er weinig of geen pensioen is opgebouwd, kan deze faciliteit een optie zijn.

Het oudedagspotje mag tot pensioendatum worden opgerent tegen de marktrente. Vervolgens wordt bij het bereiken van de pensioendatum gedurende 20 jaren een gelijk bedrag uitgekeerd, waarna het oudedagspotje uiteindelijk leeg zal zijn. In deze variant blijft dus geld beschikbaar binnen de onderneming waarvan uiteindelijk ook een oudedagsuitkering kan worden gedaan.

Let op!
Ook bij deze faciliteit geldt dat de (ex)partner moet meewerken aangezien ook hier de pensioenaanspraken worden prijsgegeven.

Het zal bepaald niet eenvoudig zijn te bepalen welke faciliteit het voordeligste is. Bovendien is het daarna dan ook nog de vraag of die faciliteit (financieel en qua medewerking van de partner) wel mogelijk is. Als dga moet u zich hierover goed laten adviseren. Dit geldt zeker ook voor de partner.


4. Werkgevers

Weinig veranderingen

Afschaffing fictieve dienstbetrekking commissaris
Commissarissen die hun commissariaat uitvoeren als ondernemer, zouden na afschaffing van de VAR (vanaf 1 mei 2016) automatisch onder de loonbelasting vallen vanwege de fictieve dienstbetrekking die geldt voor commissarissen. Door een beleidsbesluit kunnen commissarissen en hun inhoudingsplichtige al vanaf 1 mei 2016 op het afschaffen van de fictieve dienstbetrekking vooruitlopen. Per 1 januari 2017 wordt de fictieve dienstbetrekking voor commissarissen ook uit de wet verwijderd. Voor de werknemersverzekeringen geldt ook nu al geen fictieve dienstbetrekking voor commissarissen.

Tip:
Commissarissen die geen ondernemer zijn, kunnen onder de loonbelasting vallen door met hun beoogde inhoudingsplichtige gebruik te maken van de zogenoemde opting-inregeling. Met name commissarissen die hiermee een fiscaal voordeel (bijvoorbeeld toepassing van de 30%-regeling) kunnen behalen zullen gebruik maken van deze mogelijkheid.

Afschaffing jaarloonuitvraag
De Belastingdienst kan bij ontbrekende of onjuiste aangiftegegevens in haar polisadministratie na afloop van het kalenderjaar de jaarloongegevens van werknemers opvragen bij de inhoudingsplichtige. Door verbeteringen in de loonaangifteketen, is de jaarloonuitvraag inmiddels niet meer nodig. Daarom wordt voorgesteld deze af te schaffen per 1 januari 2017. Dit betekent dat over het belastingjaar 2016 al geen jaarloonuitvraag kan worden gedaan.

Verlegging inhoudingsplicht buitenlands concernonderdeel uitgebreid
Op dit moment is het al mogelijk om de inhoudingsplicht van een buitenlands concernonderdeel te verleggen naar een in Nederland gevestigd concernonderdeel. Voorwaarde hiervoor is dat het buitenlands concernonderdeel bemiddelt bij de tewerkstelling van een werknemer in Nederland. Deze voorwaarde komt vanaf 2017 te vervallen. Dit betekent dat elk buitenlands concernonderdeel dat inhoudingsplichtig is in Nederland, deze inhoudingsplicht vanaf 2017 kan verleggen naar een in Nederland gevestigd concernonderdeel.

Let op!
Voorwaarde is wel dat het Nederlandse concernonderdeel bereid is de inhoudingsplicht over te nemen. Daarom is een gezamenlijk verzoek van beide concernonderdelen nodig voor de verlegging.

Eindheffingsloon uitgesloten van loonbegrip S&O-afdrachtvermindering
Eindheffingsloon is loon waarover de werkgever in plaats van de werknemer de belasting betaalt. In de praktijk werd dit eindheffingsloon als niet tot het loonbegrip voor de S&O-afdrachtvermindering gerekend. Deze praktijk wordt vanaf 1 januari 2017 in wettelijke bepalingen vastgelegd.


5. Woningeigenaren

Wettelijk verankeren eerdere goedkeuringen

Termijn opleggen aanslag schenkbelasting eigen woning van drie naar vijf jaar
Bij de aanname van het Belastingplan 2016 is vorig jaar al de verruiming van de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning aangenomen. De verruiming gaat in per 2017, is structureel en betreft: een verhoging van de vrijstelling naar € 100.000, het kunnen spreiden van de schenkingsvrijstelling over drie jaren en het vervallen van de eis dat de schenking moet plaatsvinden tussen ouder en kind.

Tip:
Vanwege het spreiden van de vrijstelling over drie jaren wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2017 de termijn voor het opleggen van een aanslag schenkbelasting te verlengen van drie naar vijf jaar wanneer in de aangifte schenkbelasting een beroep op de vrijstelling eigen woning wordt gedaan.

Toerekening vruchtgebruik krachtens erfrecht wettelijk geregeld
In een beleidsbesluit van 21 februari 2014 was al goedgekeurd dat bij een vruchtgebruik dat krachtens erfrecht gevestigd is, de vruchtgebruiker de rente en kosten die hij betaalt op een schuld die de overledene is aangegaan en waarvan de eigendom bij de blooteigenaar ligt, in aftrek kan brengen als kosten voor de eigen woning. Met ingang van 1 januari 2017 zal deze goedkeuring in wettelijke bepalingen worden opgenomen.

Rentemiddeling wettelijk geregeld
Bij rentemiddeling wordt de boeterente vanwege vervroegde aflossing uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode door een opslag op de reguliere rente. In de fiscale wetgeving wordt boeterente niet aangemerkt als rente maar als kosten van geldleningen. Dit heeft als gevolg dat bij rentemiddeling niet voldaan wordt aan de fiscale aflossingseis met alle gevolgen van dien. Met ingang van 8 december 2015 is dit probleem al opgelost door beleid van de staatssecretaris van Financiën. Vanaf 1 januari 2017 zal dit ook in wettelijke bepalingen worden opgenomen.

Definitie woning in aanbouw wettelijk uitgebreid
Op basis van jurisprudentie is sprake van een woning in aanbouw vanaf het moment dat sprake is van een bouwsel (er is bijvoorbeeld begonnen met heien of de fundering). Bij beleidsbesluit van 26 november 2014 is het begrip woning in aanbouw nog breder gemaakt door een woning in aanbouw te achten als concrete stappen zijn gezet voor het in gang zetten van de bouwkundige werkzaamheden. Hiervan is ingevolge het besluit in ieder geval sprake zes maanden voorafgaande aan de feitelijke start van de bouwwerkzaamheden. Vanaf 1 januari 2017 zal deze aanname ook in wettelijke bepalingen worden opgenomen.

Let op!
De kwalificatie ‘woning in aanbouw’ is van belang voor de hypotheekrenteaftrek. Ook meer dan zes maanden voorafgaande aan de feitelijke start van de bouwwerkzaamheden kan al sprake zijn van een woning in aanbouw. Aangetoond zal dan wel moeten worden dat voldoende concrete stappen zijn genomen voor het in gang zetten van de bouwkundige werkzaamheden.

Overigens geldt ook voor de bouwkavel die als woning in aanbouw wordt aangemerkt, dat aannemelijk moet worden gemaakt dat de op die bouwkavel te realiseren woning uitsluitend bestemd is om in het kalenderjaar of in één van de daaropvolgende drie jaren de belastingplichtige als eigen woning ter beschikking staat.

Vervallen tijdsvoorwaarden kapitaalverzekering eigen woning
Een voorwaarde voor de vrijstelling voor een uitkering van een kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning, beleggingsrecht eigen woning of een kapitaalverzekering van voor de Wet IB2001, is dat ten minste 15 of 20 jaar jaarlijks premies/bedragen zijn voldaan. In een beleidsbesluit van 17 december 2014 waren al een aantal goedkeuringen opgenomen waaronder deze tijdsvoorwaarden niet golden. Vanaf 1 januari 2017 worden deze goedkeuringen in wettelijke bepalingen opgenomen. Opgenomen wordt dat de tijdsvoorwaarden van 15 of 20 jaar niet gelden bij:

  • het beëindigen van het fiscaal partnerschap (bijvoorbeeld bij echtscheiding),
  • het geboden krijgen van schuldhulpverlening,
  • het vervreemden van de eigen woning waarbij direct daarna nog steeds of opnieuw een eigen woning ter beschikking staat,
  • het vaststellen door de minister van Financiën dat de belastingplichtige financiële problemen heeft en daarom zijn lasten met betrekking tot de eigen woning niet meer kan voldoen of binnen afzienbare tijd niet meer zal kunnen voldoen.

Let op!
De wettelijke bepalingen zijn uitgebreider dan de eerdere goedkeuring. De laatste twee situaties waren niet opgenomen in het beleidsbesluit. Hierop kan daarom pas vanaf 2017 een beroep gedaan worden. Daarentegen kan op grond van de goedkeuring uit het beleidsbesluit nu al wel een beroep worden gedaan als de verkoopprijs van de vorige woning onvoldoende is om de desbetreffende eigenwoningschuld volledig af te lossen.

Geen verlies vrijstelling bij afkoop kapitaalverzekering eigen woning na goedkoper wonen
In een beleidsbesluit van 6 december 2014 was al goedgekeurd dat de vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning niet gedeeltelijk verloren gaat bij afkoop nadat iemand goedkoper is gaan wonen. Vanaf 1 januari 2017 wordt deze goedkeuring in minder complexe vorm in wettelijke bepalingen opgenomen.

Let op!
Van de bepaling kan alleen gebruik worden gemaakt als de kapitaalverzekering uiterlijk binnen zes maanden na de vervreemding van de woning tot uitkering komt.

 


Tot slot
Heeft u naar aanleiding van deze nieuwsbrief nog vragen, neem dan gerust contact met ons op.

Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan. De aangekondigde maatregelen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. Dat betekent dat er nog wijzigingen kunnen worden aangebracht of dat bepaalde voorstellen toch geen doorgang vinden.